Image Image Image Image Image Image Image Image Image

24 Mei

By

Artikel hoogbegaafde kinderen

24 mei 2013 | By |

Dit artikel is verschenen in november 2012 op www.snapjekind.nl

Is mijn kind hoogbegaafd?

Merk je aan je kind dat hij of zij al veel meer kan en weet dan alle andere leeftijdgenootjes in zijn omgeving? Kan je peuter of kleuter bijvoorbeeld al lezen en maakt hij graag moeilijke puzzels? Of heb je een kind dat heel nieuwsgierig is, vaak moeilijke en diepe vragen stelt en originele oplossingen bedenkt? Heeft hij een goed geheugen en kan hij goed analyseren? Dan vraag jij je misschien af of je kind hoogbegaafd is.

Hoogbegaafdheid, wat is dat?

Bij jonge kinderen spreken we niet over hoogbegaafdheid, maar over een ontwikkelingsvoorsprong. Die ontwikkelingsvoorsprong hoeft niet altijd blijvend te zijn. Pas vanaf een jaar of zeven geven bijvoorbeeld intelligentietesten een betrouwbaar beeld voor langere tijd.

Hoogbegaafdheid wordt wel eens in één adem genoemd met ADHD, dyslexie en andere leer- of gedragsstoornissen. Maar hoogbegaafdheid is geen stoornis. Hoewel we nog lang niet precies weten wat de verschillen in de hersenen zijn tussen slimme en minder slimme mensen, kunnen we wel zeggen dat hoogbegaafde mensen en kinderen sneller en dieper denken en vaak ook gevoeliger zijn.

Intelligentie is het vermogen om doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te gaan (Wechsler 1994). Vaak wordt intelligentie uitgedrukt in een getal, een Intelligentie Quotiënt. In onderstaande grafiek zie je dat de meeste mensen (68 %) een IQ hebben met een scorebereik van 85 tot 115. De mensen die hierboven scoren zijn hebben een begaafd of hoogbegaafd. intelligentieniveau

Veel mensen denken dat een IQ van boven de 130 betekent dat diegene hoogbegaafd is. Maar naast dat intellectuele vermogen zijn er nog andere voorwaarden nodig om zeer goed te kunnen presteren op school of in de muziek, de sport, het bedrijfsleven en de wetenschap. Er zijn bepaalde karaktereigenschappen die invloed hebben op het ontwikkelen van die prestaties. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan zelfvertrouwen, de motivatie, het omgaan met stress en het reguleren van emoties.

Ook de omgeving van het kind is erg belangrijk. Deze omgeving bestaat uit school, het gezin en vrienden. Een kind dat thuis niet gestimuleerd wordt, zal bijvoorbeeld minder leren dan een kind dat wel voorgelezen wordt, veelzijdig speelgoed heeft en op interessante uitjes meegenomen wordt.

Wat heeft een hoogbegaafd kind nodig?

Op een dag komt je kind thuis van school en vertelt hij dat hij zich verveelt en dat het saai is op school.
Als hoogbegaafde kinderen niet goed functioneren, dan kan dat te maken hebben met de omgeving. Ze moeten voortdurend omgaan met kinderen en volwassenen die niet zo snel denken als zij en dat is best lastig. Bovendien krijgen zij op school niet altijd het onderwijs dat bij hen past, maar doen ze mee met wat voor het gemiddelde kind geschikt wordt geacht. Als je goed bent in voetbal, dan mag je naar een selectieteam en ga je extra trainen. Op school krijgen lang niet alle hoogbegaafde kinderen een geschikt onderwijsaanbod. Het gevolg kan zijn dat ze zich aanpassen en niet meer leren of dat ze juist vervelend gedrag laten zien.
Er zijn twee dingen belangrijk bij de begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Een aanpassing in de leerstof en een aanpassing in de manier waarop de leerkracht (of ouder) met de kinderen omgaat. Deze kinderen hebben namelijk lang niet zoveel herhaling nodig om de stof te beheersen. Ze kunnen dus een groot gedeelte van de herhalingsoefeningen overslaan. Dat noemen we compacten. Daarnaast hebben ze behoefte aan leerstof die past bij hun intelligentieniveau. Dat noemen we verrijken; de kinderen krijgen dan opdrachten waar zij hun zelfstandigheid en creativiteit in kwijt kunnen. De meeste opdrachten op een basisschool gaan om het onthouden en begrijpen van de leerstof. Hoogbegaafde kinderen hebben ook complexere opdrachten nodig, anders komen zij niet echt tot leren.
Hoogbegaafde kinderen hebben net als andere kinderen die iets gaan leren daar wel begeleiding bij nodig. Bij de begeleiding is het belangrijk dat het kind leert leren op een goede manier. Vaak kunnen zij iets al, als ze het de eerste keer proberen. Als dat opeens niet lukt wanneer ze complexere opdrachten krijgen, kunnen ze erg schrikken. De leerkracht of ouder kan dan het beste begeleiden op het proces. Hoe ga je dit aanpakken? Wat is er al gelukt? Hoe ga je nu verder?Wat heb je daarvoor nodig? En dat geldt ook voor het geven van complimentjes. Geen complimentjes geven over iets waar het kind geen moeite voor hoeft te doen, maar wel complimentjes geven over de weg naar het eindresultaat. Ik zie dat je nu al een tijdlang hard aan het werk bent! Dat heb je op een handige manier aangepakt! Goed, dat je hulp hebt gevraagd! De kinderen krijgen zo meer zelfvertrouwen, begrijpen dat zij kunnen groeien en zullen uiteindelijk beter gaan presteren.